Haptotherapie uit het verdomhoekje halen

profielfoto Marloes Timmers Haptotherapie Westland

Geschreven door Marloes Timmers
16 december 2020

De coronacrisis heeft mij, naast heel veel andere dingen, als haptotherapeut twee dingen duidelijk gemaakt. Eén: iedereen snapt nu wat huidhonger is en wat menselijk contact (en het gebrek daaraan) met je kan doen. Twee: Dat wij als beroepsgroep nog steeds niet serieus genomen worden.

De haptonomie als nieuwe stroming

De haptonomie is een vrij nieuwe stroming ontstaan in de jaren ’50. De grondlegger hiervan is Frans Veldman. Hij had een duidelijke visie op het contact wat mensen met zichzelf en met anderen ervaren en hoe dit zou kunnen worden vormgegeven. Hij heeft uit verschillende psychologische stromingen opvattingen, gedachten en wetenschap bij elkaar gebracht met zijn eigen visie op het menselijk leven en dat kennen we nu als de haptonomie. Haptotherapie is de therapeutische toepassing van haptonomie.

Dat de haptonomie nog steeds niet altijd serieus wordt genomen door o.a. verzekeraars en de wetenschap, is deels te wijten aan de haptotherapeuten als beroepsgroep. Waar veel psychologische stromingen gestoeld zijn op het doen van wetenschappelijk onderzoek, zijn de meeste haptotherapeuten wars van onderzoek doen. Voor hen geldt niet: meten is weten, maar voelen is meten. Maar hoe kan je voelen meetbaar maken?

Ruud Gullit en het Europees kampioenschap in 1988

Misschien was het in het begin ook niet zo nodig om de wereld te laten zien dat de haptonomie wel degelijk een wetenschappelijk gefundeerd kan worden. In de jaren ’80 liep Ruud Gullit met een natuurlijke eigenheid en soepelheid over het veld. In ieder geval heel mannelijk Nederland wist dat hij die eer grotendeels aan Ted Troost gaf, een haptotherapeut die hij regelmatig zag. In 1988 behandelde Troost een groot deel van de Nederlandse spelers, die toen het Europees kampioenschap wonnen. Ted Troost was niet onomstreden, maar de haptonomie werd wel bekend en men zag wat de haptonomie kon brengen.

Wetenschappelijk onderzoek

Die jaren zijn echter voorbij en de nieuwe generatie heeft jammer genoeg nog nooit van Ted Troost gehoord. De haptonomie heeft echter niet stil gestaan. Er is inmiddels heel wat literatuur beschikbaar waarin de uitgangspunten van de haptonomie en de uitwerking daarvan voor de haptotherapie en het dagelijks leven beschreven worden. De laatste jaren is er ook mondjesmaat meer onderzoek gedaan naar de effecten van haptotherapie en haptonomische zwangerschapsbegeleiding, met dank aan een aantal vooruitstrevende haptotherapeuten. Zo is er o.a. uit onderzoek gebleken dat haptonomische zwangerschapsbegeleiding een significant verschil maakt bij het reduceren van bevallingsangst en zijn er een aantal single-case studies verricht naar de (kinder)haptotherapie waarvan de resultaten veelbelovend zijn.

Daarnaast is er ook steeds meer wetenschappelijk onderzoek voorhanden die ons gedachtengoed ondersteunen. Huidhonger, het verlangen om aangeraakt te worden, te voelen dat je bestaat en je gekoesterd wordt, is binnen de haptonomie bijvoorbeeld zo’n algemeen geaccepteerd begrip. En sinds het afgelopen jaar ook in heel Nederland, om maar in voetbaltermen te blijven ‘elk nadeel heb z’n voordeel’. De onderzoeken die het fenomeen huidhonger ondersteunen zijn inmiddels talrijk, zeker bij pasgeborenen. In de jaren ’80 was kennis hierover echter nog nauwelijks beschikbaar. Eind jaren ’80 werden  baby’s zelfs nog onverdoofd en enkel met spierverslappers geopereerd, laat staan dat de waarde van aanraking wetenschappelijk geaccepteerd was. De haptonomie was z’n tijd ver vooruit. 

Het huis als metafoor voor het lichaam

Voor mij is de corona-crisis een moment om duidelijker te laten zien wat ons gedachtengoed is. Dat wij dat (nog) niet altijd kunnen bewijzen met wetenschappelijk onderzoek, wil niet zeggen dat het dan ook niet waar is. De metafoor die in haptotherapie vaak gebruikt wordt, is die van het lichaam als ‘huis’. Kort gezegd: als je lekker in je vel zit, ben je thuis bij jezelf (in de haptotherapie gebruiken we daar het begrip ‘basis’ voor). Dan zit je comfortabel in je woonkamer, ben je thuis in je hele lijf, ervaar je balans tussen denken en voelen. Mensen die in de kelder leven, zijn vaak a-vitaal, voelen zwaar aan, maken weinig contact met zichzelf (de rest van het huis) en met anderen. Mensen die op zolder leven, hebben vaak een hoge spierspanning, zijn hoog in hun lijf aanwezig, denken veel en voelen weinig van hun lijf of negeren dat zoveel als mogelijk. Dat allemaal kan je voelen in je eigen lijf en kan de haptotherapeut je laten voelen, zodat verandering mogelijk wordt.

En dan heb je nog verschil in je binnen- en buitenwereld. Mensen die wel thuis zijn bij zichzelf, maar anderen niet toelaten. Die anderen in het voorportaal van hun huis laten staan en niet naar binnen uitnodigen. Als je hen een hand geeft, krijg je vaak een slap of juist hele harde hand, waarin ze zichzelf niet laten voelen en niet afstemmen op de ander. Of degene die zelf al bij het tuinhek staan te roepen: “Kom binnen, kom binnen!” Het contact met die mensen voelt onverzadigbaar, het is nooit genoeg.

Dat je dit niet kan meten, wil niet zeggen dat het niet waar is. Sterker nog: ik denk dat iedereen dit voorbeeld herkent.

Welk gevoel krijg jij hierbij?

Met beide benen op de grond staan

De haptonomie wordt nog vaak afgedaan als zweverig. Naar mijn mening kan men het niet méér fout hebben. Zweverig wil voor mij zeggen: ergens in de wolken hangen, hoog boven je huis. Als haptotherapeuten in de wolken zouden hangen, zouden we cliënten nooit kunnen laten ervaren hoe je thuis bij jezelf kunt blijven. Haptotherapie laat je juist letterlijk met beide benen op de grond staan, terug naar je basis, en je voelen wat er dan gebeurd!

Het heeft er vaak ook mee te maken dat mensen ‘voelen’ sowieso als zweverig betitelen, omdat ze er niet altijd hun vinger op kunnen leggen en ze zich er ook niet altijd even comfortabel meer in voelen. Dat mensen de haptonomie als zweverig zien, heeft dus veelal te maken met de onbekendheid daarvan en dat het soms lastig uit te leggen is als cliënt wat je in de haptotherapiesessies hebt gedaan en wat het je heeft gebracht. Dat gaat soms ons menselijk weten te boven. Toen ik zelf jaren geleden cliënt was, vond ik dat ook lastig uit te leggen. Ik kreeg dan wat vage blikken van degene aan wie ik dat probeerde te vertellen, en terecht. Maar ik voelde wat het met me deed en dat was goed genoeg. Het doet het imago van haptotherapie echter geen goed. Therapeuten hebben er ook een rol in om woorden te geven aan ervaringen en zo meer helderheid te verschaffen. En af en toe willen we als therapeut daar juist geen woorden aan geven, zodat mensen bij hun gevoel blijven en er niet te veel over gaan nadenken, maar het er gewoon even te laten zijn. Dat alles maakt het er niet makkelijker op.

Overigens zullen er ongetwijfeld een aantal haptotherapeuten zijn die echt wat zweverig aanvoelen en de haptonomie combineren met alternatieve denkwijzen, net zoals je in elke beroepsgroep altijd een paar uitzonderingen hebt. En moet je als cliënt altijd een therapeut zoeken die bij jou past.

Taak voor haptotherapeuten

Voor ons als haptotherapeuten ligt er een taak om de haptotherapie uit het hoekje van alternatieve behandeling te halen. Meer onderzoek te initiëren naar de effecten van de haptotherapie, of dit nu met ouder en kind, volwassenen of zwangere stellen is. Ik ben in ieder geval niet van plan me nog langer te laten wegstoppen in het verdomhoekje van de alternatieve geneeswijzen. Daarvoor heb ik te hard gewerkt om mensen te helpen, met als basis zowel mijn wetenschappelijke achtergrond als mijn gevoelde waarde als therapeut.

Geraadpleegde bronnen:

Terpstra, R., & Shalgi, N. (2020). (Hoe) haptotherapie voor kind en ouder werkt. Haptonomisch Contact, 31(4), 4–8.

Pollmann, M., van Rooij, F., & Rodenburg, R. (2018). Haptotherapie voor kinderen en ouders: een case-based time-series-onderzoek naar boze buien, acceptatie, affectieve ouder-kindinteractie en opvoedingsbelasting. Kind en adolescent, 39, 297–319. https://link.springer.com/article/10.1007/s12453-018-0189-4

Klabbers, G. A. (2018, mei). Haptotherapie effectief voor bevallingsangst artikel KNOV tijdschrift voor verloskundigen. Gert Klabbers. https://www.gertklabbers.nl/wp-content/uploads/2016/05/Haptotherapie-effectief-voor-bevallingsangst-artikel-KNOV-tijdschrift-voor-verloskundigen.pdf

Anand, K. J. S., Sippell, W. G., & Aynsley-Green, A. (1987). RANDOMISED TRIAL OF FENTANYL ANAESTHESIA IN PRETERM BABIES UNDERGOING SURGERY: EFFECTS ON THE STRESS RESPONSE. The Lancet, 329(8524), 62–66. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140

Kras, J. (2017, 15 oktober). Tot dertig jaar geleden werden baby’s onverdoofd geopereerd! Welingelichte Kringen. https://www.welingelichtekringen.nl/gezond/736372/tot-dertig-jaar-geleden-werden-babys-onverdoofd-geopereerd.html

Visser, E. (2017, 14 oktober). Als baby’s morfine krijgen voor de pijn: vragen, risico’s en bemoedigend nieuws. de Volkskrant. https://www.volkskrant.nl/wetenschap/als-baby-s-morfine-krijgen-voor-de-pijn-vragen-risico-s-en-bemoedigend-nieuws~b96c5bc6/

Redactie. (2020, December 14). Huidhonger essentiële basisbehoefte van iedere baby. Vakblad Vroeg. https://www.vakbladvroeg.nl/huidhonger-essentiele-basisbehoefte-van-iedere-baby/

 https://ijhh.org/publications/